In een tijdschrift lees je een oproep: "Beschrijf je droomhuis!" Je pakt een pen en begint te schrijven. Je ziet het al voor je: een licht huis met grote ramen. In de woonkamer staat een zachte bank en een grote tafel. De keuken is modern en gezellig. Er zijn drie slaapkamers en een kleine werkkamer.
Je droomhuis staat aan een rustig meer, niet ver van een klein dorp. Buiten is een grote tuin met veel bloemen en een boom met een schommel. Er is ook een houten terras met stoelen, waar je in de zomer boeken leest. Je huis is speciaal, omdat het rustig en warm is. Het is een plek waar je je veilig voelt en waar vrienden en familie altijd welkom zijn.
Work through 3 steps in order: words, grammar, then exam-format questions.